|
|
 |
Op deze pagina:
Genealogie
Foto voor café "De Valk"
Oudste informatie
Aftakking naar Duitsland
Verbinding met Lommel-Liempde genealogie
Website van Jan Verdonck, deze genealogie
Emigranten gezin van 20 personen.
Ridder Wilhelmus Jan Alphons Verdonck
Gemeente Arendonk, geschiedenis:
Heerlijkheid Arendonk
Valkeniers te Arendonk
Kousenmakers te Arendonk (met tekening)
Genealogie
Klik op: Genealogie
Deze genealogie is voorzien van een snel raadpleegbare index.
Voor correcties of aanvullende informatie houden wij ons aanbevolen.
Heeft u wensen omtrent het gepubliceerde? Wij vernemen dat graag.
U kunt het ons laten weten via verdonk@xs4all.nl
top
Foto van 1917 voor Café "De
Valk", Ellermanstraat 58 te Antwerpen.

Van links naar rechts:
Tevens op de pasfoto, Petrus Ludovicus Verdonck, 2-12-1865 - 15-2-1927;
zijn dochter, Philomena C. Verdonck 30-1-1894 - 18-4-1975;
zijn schoonmoeder: Maria Cornelia Van De Perre 1833 - 1919;
dame met witte blouse Philomena Dohrman, een nicht die grootgebracht is in het gezin van
Petrus Ludovicus.
Petrus had de bijnaam Den Duvel en was de herbergier van "De Valk".
Dit café is ( 2007 ) thans nog gevestigd op de hoek van de Ellermanstraat en Fuggerstraat
te Antwerpen.
Voor meer informatie over de genoemde personen kunt u de genealogie raadplegen.
Deze foto is ons met een flinke hoeveel informatie en
documentatie terbeschikking gesteld door Marc Geeraerts: marc.geeraerts4@skynet.be
Tevens verkregen wij de medewerking van Marc Verdonck uit
Antwerpen. Hij werkt aan het completeren van zijn uitgebreide familie marc.linda@mobistarmail.be
Hartelijk dank voor uw hulp heren!
top
Oudste
informatie.
Deze stamboomtak vangt aan met Franciscus
Verdonck die op 23 januari 1627 trouwt met Maria Korstiaens Henricx. Zij laten
in de periode 1627-1641 te Arendonk zes kinderen dopen.
top
Aftakking naar Duitsland.
Een aantal nakomelingen verlaat Arendonk om
zich - al in de 17e eeuw - onder meer te vestigen in Nordstrand (Sleeswijk -
Holstein) in Duitsland.
top
Verbinding met de Lommel-Liempde
genealogie.
Na een jarenlange speurtocht in archieven etc. zijn
we tot de conclusie gekomen dat het Petrus Verdonck was, gedoopt op 12 februari 1731 te
Arendonk als zoon van Henricus Wilhelmus Verdonck en Maria Huerckmans (ex Lommel) getrouwd
op 13 februari 1763 te Lommel met Angelina Oeyen, die de verbinding tot stand bracht met
de stamboomtak Lommel 1 - Liempde.
top
Valkenswaard.
Thans is een flink aantal nakomelingen van de
stamboomtak Arendonk gevestigd in Valkenswaard en omgeving. Een daarvan is Jan Verdonck
die onderzoek naar deze tak verrichtte.
Webstek
Homepage van Jan
Verdonck, Valkenswaard
Genealogische informatie met
kwartierstaat en index.
top
Een opvallende familie.
Het echtpaar Franciscus Jacobus Verdonck,
geboren Valkenswaard 7-6-1909 en Dingena Maria Rijkers, geboren te Valkenswaard 20-1-1913,
die trouwden op 10-8-1935 eveneens te Valkenswaard, kregen 18 kinderen. Op 11-3-1955
vertrokken zijn met 1430 landgenoten met het m.s. Johan van Oldenbarneveld naar
Australië.
top
Ridder Wilhelmus Jan Alphons Verdonck
Over de kleine genealogie waartoe deze Ridder
behoort is uitgebreid geschreven in een publicatie die werd uitgegeven t.g.v. van het 20
jarig bestaan van de SGOV.
Wij hebben deze genealogie op deze pagina opgenomen omdat de plaats Postel zowel in de
Arendonk genealogie als in deze genealogie voorkomt.
U kunt kennis nemen van deze fragment genealogie door te klikken op Ridder.
Het familie wapen van deze tot Ridder benoemde Verdonck staat op deze website op de pagina
heraldiek.
Deze kleine maar bijzonder genealogie is voorzien van een snelraadpleegbare index.
Voor correcties of aanvullende informatie houden wij ons aanbevolen.
Heeft u wensen omtrent het gepubliceerde? Wij vernemen dat graag.
U kunt het ons laten weten via verdonk@xs4all.nl
top
ARENDONK.
In het noordoosten van de provincie
Antwerpen (België) en in het arrondissement Turnhout, ligt op 5057 hectare zandige en
moerassige bodem, de grotendeels landelijke gemeente ARENDONK, die ruim 12.000 inwoners
telt. Reeds als grensgemeente, tegenover het prinsbisdom Luik in het Hertogdom
Brabant, kwam er na de scheiding van de Nederlandse gewesten in 1648 nog een grens bij
tegenover de verenigde provincies. In het Hertogdom Brabant behoorde de heerlijkheid
Arendonk tot het land van Turnhout samen met Oud-Turnhout, Weelde, Poppel, Ravels,
Merksplas, Beerse, Vosselaar, Gierle, Lille en Wechelderzande.
Op
kerkelijk gebied lag Arendonk in het prinsbisdom Luik tot de oprichting van de nieuwe
bisdommen in 1559 de parochie onder het bisdom s-Hertogenbosch bracht, in het
aartsdiaconaat van de Kempen en de dekenij Hilvarenbeek. In de tweede helft van de XVIIde
eeuw werd er voor het Spaans gedeelte van voornoemd bisdom naar een nieuwe schikking
gezocht, die pas in 1730 gevonden werd met de overheveling naar het bisdom Antwerpen en de
dekenij Geel.
Op
bestuurlijk gebied behoorde de vrijheid Arendonk tot het kwartier Turnhout in het
Hertogdom Brabant. Hoewel niet op het grondgebied van de gemeente gelegen
dient hier ook de aandacht gevestigd te worden op twee kerkelijke instellingen die een
niet te onderschatten invloed op de inwoners hebben gehad. De eerste, op het grondgebied
van de gemeente Mol, is de priorij Postel. Deze werd in 1140 gesticht als afhankelijkheid
van de abdij van Floreffe (prov. Namen) en in 1621 tot de rang van abdij verheven om onder
de Franse bezetting in 1797 afgeschaft te worden. De tweede kerkelijke instelling is de
priorij van Korsendonk, in 1395 door Maria van Brabant, hertogin van Gelder, op het
grondgebied van Oud-Turnhout gesticht en in 1783 door Jozef II afgeschaft.
top
De
Heerlijkheid Arendonk.
Hiervan zijn slechts enkele documenten
terug te vinden in het gemeentearchief.
Een
Duitse kolonel in dienst van Pieter Ernest van Mansfeld, Christoffel van Hohenstein, had
twee dochters: Maria en Lucia. Maria in 1628 te Brussel in Sint-Goedele begraven, was
getrouwd met een Duitse kapitein in Spaanse dienst, Sebastiaan Tynner, die in 1624 heer
van Hollenfels (Groot Hertogdom Luxemburg) werd. Zijn schoonzuster, Lucia van Hohenstein,
echtgenote van Pieter van Broeckhoven, schepen van
s-Hertogenbosch, was in 1630 vrouwe van Arendonk; Sebastiaan stelde haar als zijn
universele erfgenaam aan. Haar zoon Jan Martijn van Broeckhoven erfde de heerlijkheid
Hollenfels en verwierf in 1643 ook de heerlijkheid Arendonk, die hij in 1649 aan Amalia
van Solms, duoairiere van prins Frederik Hendrik van Oranje, overliet.
top
Valkeniers
te Arendonk.
Dat Arendonk bij talrijke Europese
hoven bekend stond om zijn valkeniers blijkt wel uit het gemeentearchief van Arendonk. Al
in 1592 en 1632 blijken Valkeniers een vennootschap gevormd te hebben voor hun reizen naar
Koerland, Lijfland en Polen evenals voor het valkenleggen in Denemarken, 1627, 1629.
Dienst bij de koning van Zweden wordt ingeroepen om vrijstelling als momboir te bekomen
etc. Ook van de briefwisseling van valkeniers en voor het verlenen van volmachten en
vrijstelling van openbare ambten zijn in de archieven nog diverse stukken te vinden.
top
Kousenmakersdorp.
Arendonk maakt in de
l8de en l9de eeuw deel uit van een belangrijke vroeg-industriële regio ten oosten van
Turnhout. Zij strekt zich uit van Poppel in het noorden tot Balen in het zuiden. Deze
streek vervult al eeuwen de rol van transitzone waarin twee belangrijke verkeerswegen
elkaar kruisen : de west-oost-route van Antwerpen naar Keulen (via Mol), en de zuid-noord-
as van het Luikse naar Holland. Beide routes kruisen elkaar in Lommel. De
textielnijverheid in deze dorpen heeft een oude traditie en is vanaf het midden van de
l8de eeuw aan een nieuwe expansie toe. Zowel vlas als wol zijn de basisgrondstoffen. De
linnen- of lijnwaadproduktie is belangrijk in Poppel, Retie, Mol en Balen, en komt ook
voor in Weelde en Dessel. Wolbewerking vinden we terug onder diverse vormen; spinnen
(Dessel, Arendonk, Retie, Mol), lakenweven (Dessel, Retie en Mol) en kousenweven
(Arendonk).

Dat in 1693 uitgerekend in Arendonk het eerste weefgetouw voor kousen in de Zuidelijke
Nederlanden in gebruik werd genomen blijft vooralsnog een onbewezen stelling, maar vast
staat dat dank zij de verspreiding van deze vernuftige getouwen de sector van het breigoed
in de l8de eeuw een sterke expansie kent. Het Doornikse ontwikkelt zich tot het
belangrijkste centrum van de breinijverheid, met in 1764 een productie van 210000 paar
kousen per jaar. Arendonk volgt op een tweede plaats. Met 22000 paar per jaar laat zij de
andere centra ver achter zich. De lokale nijverheid is gespecialiseerd in de zwarte
Arendonkse kous, beroemd om de stevige kwaliteit van het wollen breiwerk en om de zwarte
kleur. Het waarom dat Arendonk zich ontwikkelt tot een kousenmakerscentrum van regionaal,
nationaal en zelfs internationaal belang blijft tot nu toe onbeantwoord. Het feit dat in
de Turnhoutse regio een hoge mate van specialisering voorkwam met alle kousenweverij
geconcentreerd binnen de grenzen van de vrijheid en later de gemeente Arendonk
Waarschijnlijk kwam het door de relatief hoge aankoopprijs van het weefgetouw en door de
nood aan goed geschoolde arbeid dat het kousenweven binnen een aantal ateliers en families
geconcentreerd kon blijven.
In het derde kwart van
de l8de eeuw is een vierde van de Arendonkse actieve bevolking in min of meerdere mate
betrokken bij de wolverwerking. In de Franse tijd loopt dit aandeel op tot meer dan 50%,
en dit vooral ten gevolge van het openstellen van een aantal grenzen. Naast Brabant en
Vlaanderen vormen op dat moment ook gebieden in Holland, Duitsland en Frankrijk een
belangrijk afzetgebied. Kleine zelfstandige producenten met een atelier met één tot vier
getouwen beheersen het productieproces.
Zij besteden de te spinnen wol uit aan thuisarbeidsters en stellen naast enkele wevers
veelal ook een kaarder, een voller en een verver tewerk. Deze ondernemers/kooplui stonden
ook in voor de verkoop van de eigen producten, vaak via handelsreizigers met pakken of
manden op de rug. De zgn. teuten.
Na de crisis die gepaard gaat met het einde van de Franse overheersing volgt een
merkwaardige heropleving. Onder impuls van een snel stijgend aantal zelfstandige ateliers
groeit de Arendonks kousenweverij naar haar hoogtepunt tijdens de vroege jaren dertig. In
naar schatting bijna 150 werkhuizen bereikten meer dan 500 gespecialiseerde wevers,
spoelers, ververs, kaarders, naaisters, ... een jaarproductie van 133000 paar kousen.
Hiertoe was de aanvoer van 34500 kg wol nodig, welke tot garen werd gesponnen door meer
dan 1100 spinsters. Hierna treedt zeer vlug de neergang in. Amper 10 jaar later, in 1846,
worden er nog 300 getouwen geteld, maar daarvan zijn er naar schatting nog slechts een
honderdtal actief. Hierna blijft de trend neerwaarts.
Op korte termijn heeft de crisis van de jaren 1845-1848 ook in dit deel van de Kempen hard
toegeslagen. De combinatie van het verlies van werkgelegenheid en inkomen in de
wolverwerking met de opeenvolgende mislukking van de aardappel- (1845) en graanoogst
(1846) was verantwoordelijk voor een wekenlang aanhoudende tyfusepidemie tijdens de winter
van 1846-1847. In totaal werden 786 inwoners voor deze ziekte behandeld (één vijfde van
de bevolking), waarvan er 42 overleden. Tewerkstellingsprojecten in de heideontginning,
wegenaanleg en kanaalbouw (het Kempisch kanaal en de Turnhoutse vaart, 1844-1846) en de
oprichting van een wolspinnerijschool dienden de hoogste nood te lenigen, maar konden niet
voorkomen dat een negatieve trend werd ingezet die meer dan een generatie lang heeft
aangehouden.
top
Bronnen:
1. Inventaris oud gemeentearchief van Arendonk, Alfred Jamees.
2. Uitgave van Heenkundekring Arendonk:
Spinnen en weven op het Turnhouts platteland.
De kousemakerij in Arendonk (1750-1900)
Eric Vanhaute, Rijksuniversiteit Gent
meer informatie :
Bezoek ook eens de website van de gemeente
Arendonk, hier vind je allerlei nuttige informatie o.a. ook over het heemkundemuseum. www.arendonk.be
|