Molenbouwer Hendrik Verdonk (1803-1863)


Home Inhoud E-mail



Over onze naam
Naar de Stambomen
Familiewapens
Genetisch onderzoek
Portret Frans Hals
Karel de Grote
VOC
WIC
Nieuw Nederland Onderzoek vanaf 1965

    Inleiding

Omhoog
Noot Alles over de samenvoeging van de Deventer tak en de Gorinchem tak staat in het GGV, deel II, blz. 50, 57, 66-68.

Noot De volledige gegevens van deze familie staan in het GGV, basisdeel, Deventer tak, blz. 11 t/m 15.

Paneel van Hendrik Verdonk
Paneel van Hendrik Verdonk. Dit paneel bevond zich in het Openluchtmuseum te Arnhem en ging bij een brand verloren. Foto van omstreeks 1954 door J.B. Verdonk, Heemstede.

    Hendrik Verdonk behoort tot de Deventer tak die later opging in de Gorinchem tak.Noot in linkermarge Hendrik werd te Deventer gedoopt op 3 juli 1803 als zoon van Pieter Verdonk en Elisabeth van der Meij. Evenals zijn vader wordt hij timmerman. Hij verhuist in 1820 met het ouderlijk gezin naar Zaandam en bekwaamt zich aldaar in de molenbouw. Op 24 juli 1825 trouwt hij te Zaandam met Marijtje Broekman.Noot in linkermarge

    Bepaalden zijn genen het feit dat hij timmerman werd, de ouderlijke omgeving zal daaraan ook niet vreemd zijn geweest. Zoals bij ons allen, bepaalt ook de woon- en werkomgeving wie wij zijn en wat we worden. Hendriks ambities reiken hierin ver, heel ver. Daarom is hij voor ons interessant om te volgen in zijn slagen en falen, in zijn idealen en mogelijkheden. Soms wordt hij aangeduid als Meester Timmerman en Meester Molenmaker, ook wel als Meester Metselaar en Meester Molenbouwer of Huis- en Molenmaker.

    ChicagoSel3.JPG (43887 bytes)

    In opdracht van Blooker Cacaofabrieken bouwden Hendrik met zijn zonen de boevenstaande molen op een wereldtentoonstelling in 1893 te Chicago. Op deze foto zullen ongetwijfeld een aantal personen Verdonk staan. Helaas is onze deze informatie niet overgeleverd.

    Een steeds grootschaliger belangstelling werd in zijn leven zichtbaar. Over zijn huizenbouw weten we weinig, maar zijn bemoeienis met de val van de kerktoren van Westzaan is ons bekend: De torenval.

    Ook bij molens bleef het niet alleen bij bouwen maar ook verbetering ervan en een octrooi werden zijn doel: Malen is niet melig.

    Steeds grootser en meeslepender worden zijn plannen zoals te zien in die voor de aanleg van het Noordzeekanaal en de inpoldering van het IJ: Plannen en politiek.

    Hendrik kwam met zijn plannen ook in het streeknieuws. Onderstaande bericht is uit de Schager Courant van 27 juni 1861

    HendrVnkKnipBMP.BMP (4375222 bytes)

    wpe7.jpg (81770 bytes)

Noot Het huidige restaurant De Walvis aan de Zaanse Schans.

     

    De Torenval van Westzaan

Omhoog

    De toren van de grote kerk in Westzaan stortte op 1 januari 1843, 's morgens om half zes, in elkaar. Een houten woonhuis dat vlakbij stond, werd helemaal onder het puin bedolven. Acht mensen, de tuinman Engel Henneman, zijn vrouw Bregje Kat, hun vijf kinderen en hun knecht Jan Smak, vonden daarbij de dood. Door de schok viel van het achter de kerk staande Weeshuis Noot in linkermarge een muur in puin en een andere spleet geheel open. De torenval maakte diepe indruk in de streek. Twintigduizend mensen kwamen zich aan de puinhopen vergapen.

Noot Bijvoegsel bij het Nieuw Amsterdamse Handels- en Effectenblad, No.51, 1 maart 1858.


  • Een bericht dat zo uit het journaal gegrepen kon zijn. Echter waar nu mensen meestal achteraf precies weten hoe een ramp voorkomen had moeten worden, laat Hendrik Verdonk zien hoe dit onheil had kunnen worden gekeerd. In een ingezonden stuk van Hendrik Verdonk, Meester Molenmaker te Zaandam, tegen het gevaar van overstroming van Nederland in het bijzonder van Noord-Holland Noot in linkermarge verwijst hij naar zijn activiteiten met betrekking tot het voorkomen van de torenval:

Toren te Westzaan Grote kerk te Westzaan.

      Laat ons niet doen zoo als het bestuur te Westzaan, en gegronden goeden raad verwerpen. De ondergetekende verklaarde in der tijd aan het plaatselijk bestuur te Westzaan, dat door H.Ed.Achtb. de omval van den toren was aanbesteed, en niet de herstelling en onderschraging, en bood daarbij tevens een uitgewerkt plan aan; opdat den toren niet zou kunnen vallen. Dat bestuur evenwel verkoos geen genoegen daarin te nemen. Den 29sten December 1842 begaf ik mij ten tweede male bij den burgemeester te Westzaan en bood nogmaals ZE.Achtb. aan om den toren te behouden en weder tegen de kerk aan te brengen onder bijvoeging dat zoo er geen verandering in het plan van herstelling werd gemaakt, de val van de toren niet alleen zeker was maar de toren binnen drie dagen moest vallen. Ik bewees dat door de versnelde afwijking van datum tot datum. Men luisterde niet naar mij en den 1sten januari 1843, s ochtends ten 5½ ure stortte de toren naar beneden en verbrijzelde alles wat zich onder de verbazend groote massa steen bevond; 7 personen waren de offers.

    Hendrik was zeker niet de enige die metingen verrichtte en een oplossing voorstelde. Raadslid Dekker, echtgenoot van Aagje Dekker de Jager, regentes van het (armen) weeshuis, trad af omdat slopen van de toren zijns inziens het enige alternatief was.

    De uiteindelijke aanbesteding ter verbetering van het fundament van de toren mocht niet baten, ook al was de aannemer die het uitvoerde zo zeker van zijn zaak, dat hij naast de toren zijn woning opsloeg, aldus het Handelsblad van Januari 1844. De spanning tussen technische oplossingen, politiek en financieel haalbaarheid is al voelbaar. In moderne terminologie gold het aloude adagium: Is dit beleid of is er over nagedacht? Gelijk hebben en gelijk krijgen waren ook voor Hendrik niet hetzelfde. De redactie van de krant deelt zijn bezwaren. Het gevoelen van den inzender komt ons voor niet van grond ontbloot te zijn. Wij vereenigen ons dus volgaarne met het in dit stuk geuite verlangen om intijds te voorzien tegen gevaren die ons vaderland met eene herhaling van de ontzettende ramp van 1825 bedreigen. Gedoeld werd op de grote overstroming ten gevolge van noordwesterstorm in Noord-Holland.

    Malen is niet melig!

Omhoog

    Het woord 'molen' kan - net als vele andere woorden in onze taal - afhankelijk van het gekozen gezichtspunt een verschillende betekenis krijgen:

         Een werktuig of werkplaats om bepaalde stoffen tot poeder te vermalen bijvoorbeeld een koffie-, graan- of cementmolen.
         Vanuit het gezichtspunt van aandrijfkracht, bijvoorbeeld een windmolen of een watermolen.
         Vanuit het gezichtspunt bouwwijze een standerdmolen (koren) of een wipmolen (water).

    Waar het bij molenbouwer Hendrik Verdonk omgaat is de constructie van een watermolen niet in de betekenis van een molen gedreven door een waterrad, maar in de betekenis van een windmolen die polders en boezems bevrijdt van water door dit omhoog te brengen.

    Omdat niet alleen ambtelijke molens langzaam malen, is het bij zware regenval noodzakelijk zowel méér molens als molens met een hogere uitslagcapaciteit te hebben. In Noordeloos en Morsink, Geschiedenis van de polder 't Grootslag (bij Enkhuizen), 1947, lezen we hoe de beroemde Simon Stevin in 1568 van de Staten octrooi verkreeg op een door hem uitgevonden watermolen met hogere uitmalingscapaciteit. Hendrik Verdonk nu probeerde het probleem van de beperkte opvoerhoogte van watermolens te omzeilen door een watermolen met horizontaal schep- of drijfrad te construeren. In de Letterbode, no.10 van 1841 wordt die vermeld met één uitstroomopening en in de Algemeene Kunst- en Letterbode, no.17 van 1845 zien we een verbeterde versie met twee uitstroomopeningen.

    Hij bevestigde onderaan de spil van de bonkelaar, die wordt rondgedraaid door het bovenwiel aan de bovenas, een spoorwiel. Dit spoorwiel vatte met zijn kammen in de staven van twee tegenover elkaar liggende schijflopen die elk waren bevestigd op een spil. Aan deze spil zat van onderen een horizontaal drijfrad dat was voorzien van vier schoepen. De drijfraden draaiden elk in een nauwsluitende kuip die naar de kant van de buitenboezem een grening had. Deze stond in verband met een pomp of waterlozing, waardoor het water naar buiten werd gedreven. Stond de molen stil, dan sloot een naar buiten opengaande klep de waterlozing af. Twee wachtdeuren zorgden mede voor de afsluiting van het buitenwater.

    In de veertiger jaren van de 19de eeuw werden in de polder Grootslag bij Enkhuizen zogeheten vijzelmolens geïnstalleerd, dat wil zeggen bemalingswerktuigen, bestaande uit een schuine spil waaromheen een doorlopende spiraalvormige schoep.

    In samenwerking met Cornelis Koeter, meester timmerman en molenbouwer te Koog, werd eerst een modelmolentje in elkaar gezet. Daarna werd door de polderdirectie besloten om in de winter van 1841/1842 een proef te nemen door twee van de zuidermolens van de polder te vervangen, één door een vijzelmolen en één door de molen van Koeter en Verdonk. Helaas voor onze Hendrik voldeed de vijzelmolen het beste, waarna de overige molens van de polder alle tot vijzelmolen werden omgebouwd. In 1843 volgden de noordermolens en het jaar daarop de oostermolens. De reconstructie van alle molens verliep vlot, met uitzondering van Zuidermolen 10, waarvan de ombouw was toevertrouwd aan Koeter en Verdonk. Het kwam tot een proces waarbij uiteindelijk volgens een aan de firma verleend octrooi f 4.000,-- werd betaald aan de erven Koeter en aan Hendrik Verdonk ingevolge een bemiddelingsovereenkomst van 20 december 1843. No cure no pay leverde nog iets op voor Hendrik, maar niet veel.

    Zoals we op het uithangbord reeds zagen, werd bij besluit van Koning Willem III op 20 december 1840 octrooi verleend aan Hendrik Verdonk, dit samen met Cornelis Koeter als resultaat van hun aanvraag daartoe op 7 november 1840. Overigens, in de uitwerking van het octrooi, bijvoorbeeld met betrekking tot de kuip, verschilden Koeter en Verdonk wel eens van elkaar.

    Een juridische hindernis nemen ging nog (proces, octrooi), maar financieel (aanbesteding) lag de lat te hoog.

    Op 11 januari 1845 passeert voor Joh. Sanderson te Loenen aan de Vecht een akte om in een vennootschap onder firma met Louwrens Krook, eveneens uit die plaats, bovengenoemd octrooi voor gemeenschappelijke rekening te exploiteren. Hendrik zoekt na de dood van Koeter opnieuw een zakelijke partner, maar liet de boekhouding over aan Johannes Krook te Breukelen die dit gratis moet doen. De kosten van de akte zijn f 3.31½. Johannes Krook en Pieter Verdonk zullen bij overlijden hun respectievelijke vaders opvolgen.

    De comparanten kiezen tot prestatie en ten effecte dezer domicilië te Amsterdam ten huize van de kastelein Johann Gottfriend Bernard Tibley, in het koffiehuis, genaamd het Vosje op het Rokin. Zou het bij koffie gebleven zijn?

    Heel Nederland lijkt nu aan de beurt voor Verdonks watermolen:

         De horizontale drijfradmolen wordt ingezet in een plan voor de nieuw in te dijken Anna Paulownapolder in Noord-Holland (1845-1847).
         Ook zijn er nog documenten aangetroffen betreffende een molen van Hendrik in Sloterdijk, Broekerhaven bij Enkhuizen, Assendelft en Vlietpolder.
         Zelfs in de andere grote-molen-provincie in ons land, Zuid-Holland, blijkt er belangstelling te bestaan. In een brief uit Schieland met negen watermolens d.d. 18 januari 1860 - dus drie jaar voor Hendriks dood - wordt namelijk gereageerd op een vier dagen eerder in het Haarlemsch Dagblad verschenen advertentie van Hendrik betreffende molenverbetering. Of echter de molen ooit op enige schaal is toegepast, is schrijver dezes niet bekend.

Noot Zie bijvoorbeeld Hendriks plannen voor het IJ (1856) en het Noordzeekanaal (1861).

    Plannen en politiek

Omhoog

    We hebben niet de indruk dat het zakelijk allemaal goed gaat, maar toch zijn er vele plannen aan het brein van Hendrik Verdonk ontsproten. Reeds in 1832 maakte hij ter bevordering van koophandel en scheepvaart een plan, om Amsterdam aan den vasten wal van Noord Holland te verbinden, eerst door middel van een dijk te leggen van de Nieuwe Stadsherberg te Amsterdam tot aan het Tolhuis; later om een brug te vervaardigen, waaronder de schepen zeilende konden doorgaan.
    Oeververbindingen hebben ook zijn interesse. In een later voorstel vermeldt hij dat een houten brug van Buiksloot naar den grootsten koopstad des rijks als niet duurzaam is te beschouwen. Gebruik van ijzer en stoommachines komen alras in het vizier. Dat hij wel degelijk met andere ontwikkelingen rekening hield, blijkt uit een briefje van de heer Van Diese uit Haarlem van 11 oktober 1856 waarin wordt medegedeeld dat de verleende concessie voor een spoorweg naar het Nieuwediep (bij Diemen) geen consequenties heeft voor Hendriks plannen.Noot in linkermarge De concessie ging over naar een Engels handelshuis.

    Zoals vele lezers wel weten, was de eerste spoorweg in Nederland tussen Amsterdam en Haarlem in 1839 gerealiseerd. Moeten we hier bij Hendrik al denken aan een voorloper van tram of metro of aan goederenvervoer per trein tussen Zuiderzee en Noordzee, een soort Betuwelijn? We weten het niet. Ideeën zijn er wel, maar de concretisering?

    In een aan de raad van Zaandam aangeboden plan (22 december 1938) lezen wij: Dat plan is om drie maatschepen uit het kanaal van Spijkerboord aan de groote sluis te brengen hetwelk naar mijn inzien voor Zaandam van groot belang zou wezen. De balken konden dan uit de schepen in de Zaan, het kool, lijnzaad, tarwe en rog in de pakhuizen aan de Zaan gelost worden. De schepen hebben dan ook wederom Victalie (proviand) en reparatie nodig waarvan Zaandam wederom voordelen konden genieten.
    De gemeten waterhoogten op het traject Spijkerboord-Knollendam-Wormerveer- Zaandijk-Zaandam worden als argument gebruikt. Het plan wordt nog uitgebreid met een verbinding Amsterdam-Zaandam-Spijkerboor(d).
    In het raadsverslag van 19 maart 1939 lezen we dat de twee stukken terzijde gelegd zijn.

    Ook al is zijn schrijven niet gelukkig qua inhoud (hij vermengt zakelijke en emotionele zaken) en vorm (hij spelt slecht), het weerhoudt Hendrik niet nog grootser te gaan denken.

    Het IJ (1856)

    In november 1856 wordt een plan ingediend tot kanalisatie en droogmaling van het IJ. Zoals Hendrik het zelf formuleert: Het IJ bij den Paardenhoek te Amsterdam of langs de Goudzee bij het eiland Marken afgesloten zijnde en ingericht tot gras- of bouwland. In een ingediende begroting in guldens voor de verschillende trajecten, opgemeten in ellen, voor een totaal van 2,89 miljoen met uitzicht op grondverkoop ter waarde van 900 gulden per bunder (hectare) zou er mijn inziens met de opbrengst van 3,87 miljoen nog winst te maken zijn.

    De dijken omvatten de volgende trajecten: Van de paardenhoek te Amsterdam tot het dorp Schellingwoude en weer terug naar het Schelvishoofd te Amsterdam, van de Zandhoek te Amsterdam tot Spaarndam, van de Hem tot aan de mond van de Zaan en van de Zaan tot Spaarndam en de Wijkervaart. Op 18 juli 1857 werd het plan zonder geaccepteerd te zijn weer teruggezonden.

    Het Noordzeekanaal (1861)

Omhoog

    Nog grootser van aanpak was het op Hendriks kosten door K.T. van Spanjen Koppenol te Zaandam gedrukten Plan tot bevordering der welvaart van Nederland en tot uitbreiding van koophandel en scheepvaart en tot nut van 't algemeen. Dit plan, ingediend bij de stadsbesturen van Amsterdam en Zaandam en bij de Minister van Binnenlandse zaken, werd uiteindelijk na brieven van Hendrik aan de minister op 11 juni en 30 october 1861, op 7 januari 1862 afgewezen. De concessie voor de aanleg van een zoo danig kanaal door Holland op zijn smalst was gegund aan J.G. Jager te Amsterdam.

    Het plan van Hendrik omvatte meer:

    I    Het kanaal door Holland op zijn smalst (door het midden van het IJ tot Wijk aan Zee).
    II    De afsluiting der Zuiderzee van de Noordzee.
    III    De vorming van een volkomen zeekanaal door de Zuiderzee (van Amsterdam tot de Noordzee bij Texel).

    Deel I omvatte een uitvoeringsduur van tien jaar en een prijskaartje van negentien miljoen gulden. Het beoogde ook afwateringsproblemen van de omgeving op te lossen en overstroming bij noord-westerstorm, zoals in 1825 had plaats gevonden, definitief tot het verleden te laten behoren. Het zal u niet verbazen dat de volgende plaatsen bij de door hem voorgestelde maatregelen betrokken waren: Amsterdam, Oostzaan, Zaandam, Westzaan, Nauerna, Buitenhuizen, Assendelft, Beverwijk, Wijk aan Zee en ook Halfweg, Spaarndam en Haarlem. Het omvatte sluizen, dijken, beplanting, een zeewering, een haven, bruggen, ponten en nog veel meer.

    De uiteindelijke realisering van het Noorzeekanaal heeft Hendrik door zijn overlijden in 1863 niet meegemaakt. Het werd geopend in 1876.

    Het IJ is inmiddels wel afgesloten en later zijn een aantal tunnels (Velser- Wijker-, Coen- en IJtunnel en onder het buiten IJ de Zeeburgertunnel) de verkeersstromen die niet langer met bruggen en ponten konden worden opgevangen, gaan 'kanaliseren'. En niet te vergeten de Hemtunnel als spoortunnel. Misschien is onze Hendrik Verdonk meer een geslaagd planoloog dan molenbouwer te noemen.


Noot
Wij troffen een akte van discharge van Jan Hendrik aan met betrekking tot de financiën van zijn gewezen voogd, Gerrit de Ridder Peterszoon, een halfbroer uit het eerste huwelijk van zijn moeder.

    Hendrik Verdonk. Een mens als wij

Omhoog

    In een van zijn verhandelingen stelt Hendrik Verdonk: Van alles wat op goede gronden berust, moeten ook de uitkomsten goed zijn. Ongetwijfeld hebben we hier te maken met een begaafd 'techneut' en 'plannenmaker'. Echter het is niet duidelijk of er wel realisaties geweest zijn. Veelal werd toch voor alternatieven gekozen qua uitvoering en aanbesteding. De schrijver vermoedt dan ook dat Hendrik meer specialist was dan 'general manager'. Niet alleen een goed ontwerp of plan is immers van belang. Ook de financiële onderbouwing, de juridische en politieke voorwaarden en een heldere presentatie en teamwerk zijn van belang. Zijn creativiteit originaliteit en durf zijn buiten kijf, echter zijn maatschappelijke inbedding in de zin van acquisitie en geletterdheid lijken minder geslaagd. Wel weet hij via zijn tweede vrouw een grotere welstand te verkrijgen. Dit maakt echter alleen de schaal van zijn plannen groter, maar kennelijk niet de realisatie. De verkregen ondersteuning van juristen wist hij nog wel aan te wenden (octrooi aanvraag, schending en vergoeding), die van zijn tweede vrouw richtte hij kennelijk verkeerd.

    Aanvragen ten behoeve van gunning door bestuurders vermengt hij op theatrale wijze met kritiek op al dan niet vorige bestuurders, hetgeen de goodwill niet zal vergroten. Ook forse uithalen in de pers lijken hem wel modern te maken maar nog geen geslaagd ondernemer. Wel weet hij zijn slechte Nederlands via zijn neef, die zijn geschriften corrigeert, op te vangen. Deze neef, A. Capelle Azn te Hillegom, sloot bij een correctie op 17 maart 1858 dit gedichtje bij:

      Het nevengaande stuk
      is, oom, voor 's-Gravenhage.
      Deel éénmaal in 't geluk
      dien parel weg te dragen.
      Ontvang nog eens tot loon
      een boerderij in 't IJ.
      Tot eer, als ere kroon
      aan Zaandam's burgerij.
      Dan roemt het nageslacht, ja zelfs den laatsten vonk
      het doorzigt en vernuft van Hendrik Verdonk.

    Hendrik Verdonk. Geoctroyeerd door Z.M. den Koning voor een verbeterd werktuig tot uitmalen van water uit polders enz. Aan het eind van zijn leven geeft hij aan logementhouder te zijn. In zijn tweede huwelijk bewoonde hij 'de Vergulde Wagen', een herberg tegenover het stadhuis van Zaandam, Zuidzijde 338. Zou hij zijn verdriet verdrinken? We weten het niet. Zou Hendrik ooit van speerpuntenbeleid hebben gehoord? Het zwakste onderdeel van het geheel verbeteren om zo het geheel te doen slagen.

    Hij lijkt meer planoloog dan techneut of ondernemer. Zijn verbale vermogens lijken te beperkt gezien zijn steeds grootschaliger technische ambities. Zijn jongste zoon Jan Hendrik tenslotte, blijkt later ambtenaar ter secretarie te Zaandam te zijn en heeft misschien wel de eigenschap die Hendrik niet had, namelijk succes behalen in het ambtelijk circuit, verbale vaardigheid en financieel inzicht.Noot in linkermarge

    Afsluiting

Omhoog

 

    Deze bijdrage werd geschreven door Adri Verdonk op basis van door anderen verricht speurwerk. Een woord van dank hiervoor is zeker op zijn plaats. Met name wil ik noemen Jan Verdonk uit Enkhuizen (thans Edam), Jan Verdonk zaliger uit Hoogland, Henk Verdonk uit Gouda en Piet Verdonk uit Diemen.

    In beeldspraak: Zij legden de bal voor het doel en ondergetekende hoefde alleen maar in te koppen. Hopelijk vindt u veldspel en doelpunt geslaagd. Of lijkt schrijver dezes ook op Hendrik Verdonk en slaagt hij maar ten dele?                               Omhoog

    Andere publicaties over Hendrik Verdonk

  • Door de heer J. Kingma te Uden is eveneens gepubliceerd over Hendrik Verdonk als molenbouwer, uitvinder en plannenmaker.
    Kingma maakte tevens een uitgebreide studie waarbij hij Verdonk temidden van zijn vakgenoten plaatste. Hij schrijft daarover ondermeer het onderstaande.

    “In deze studie probeer ik de plaats van Hendrik Verdonk als 19de eeuwse plannenmaker te verhelderen. Ik wil onderzoeken in hoeverre hij model staat voor de vele plannenmakers uit de 19de eeuw. En ten slotte wil ik weten of leven en werken van Hendrik Verdonk een illustratie vormt van de veranderingen in het denken over de infrastructuur van Nederland in de 19de eeuw.

  • Van bovenstaande publicatie is een nieuwe versie verschenen in het tijdschrift voor Waterstaats geschiedenis, 16e jaargang nr. 2, december 2007. Deze publicatie kreeg als titel: "Het licht op den kandelaar en niet in de duisternis gewandeld". Met als subtitel. "Hendrik Verdonk en andere negentiende-eeuwse plannenmakers".
    U kunt kennis nemen van dit artikel. Lees meer.

  • Epiloog

    Sinds de negentiende eeuw lijkt er soms weinig veranderd in de manier waarop er in Nederland besluitvorming plaatsvindt over grote infrastructurele veranderingen. De discussie over de bereikbaarheid van de Randstad barst van tijd tot tijd in alle hevigheid los. In 1981 lanceerde het Zuid-Hollandse Statenlid Ir. Ronald Waterman op eigen initiatief het rapport “naar een integraal kustbeleid voor Zuid-Holland”. Dat plan behelsde onder andere twee landaanwinningen voor de Zuid-Hollandse kust. Er zijn talloze haalbaarheidsstudies aan gewijd en menig adviseur heeft zich er over gebogen. Het plan is verzand in de vaderlandse rapporten cultuur. Overigens is het plan er een van de vele voor grootschalige bescherming van de Hollandse kust. Naast het plan - Waterman voor kunstmatige eilanden behoren daarbij onder andere plannen voor de verlenging van de Noorderpier van IJmuiden, het plan Schoorl voor een strekdam in zee bij Den Helder  en het maken van een kunstmatige standwal in zee. Deze plannen zijn nog niet verder dan de tekentafel gekomen.”

  • Onder het opschriift "Een goudmijn onder het IJ" en de titel: "De Koning en de Timmerman", verscheen een artikel in Zaans Erfgoed, nr. 23, winter 2007. Met toestemming van de redactie van genoemd tijdschrift kunt u kennisnemen van deze publucatie van Dr. J. Kingma. Het is een artikel waar foto's aan toegevoegd zijn, dus even geduld oefenen bij het binnenhalen van het bericht. Lees verder

    Beide publicaties zijn van de heer Jur Kingma te Uden, die ons ook het knipsel uit de Schager Courant bezorgde.

                                                                                                                                                                               Omhoog

     


Terug Begin

© Copyright by Piet Verdonk, Diemen (NL). All rights reserved.
Laatst bijgewerkt op 31 oktober 2016

NedStat statistiek sinds 11 april 1998